Nog drie nachtjes…

De leerlingaantallen op de Freinetschool liepen terug, waardoor ik afvloeide en doorstroomde binnen het bestuur naar een nieuwe school een stukje verderop in de Bossche nieuwbouwwijk de Maaspoort. Deze school bestond anderhalf jaar, had de eerste periode in twee barakken gezeten en settelde zich nu met vier kleine groepen in een splinternieuw schoolgebouw met 9 lokalen en een reuze grote aula. Aan ruimte dus geen gebrek. Er werd gestart met twee kleutergroepen, een groep 3/4 en een groep 5/6/7/8. De visie voor deze school was beschreven: er zou gewerkt gaan worden met combinatiegroepen volgens de Jenaplanvisie. Er was eerder nog geen groep 3/4, dus ik mocht deze zelf gaan vormgeven. Mijn groep bestond uit 18 kinderen. Er was enkel een nieuwe rekenmethode Pluspunt, die goed passend is voor combinatiegroepen, een schrijfmethode en een splinternieuwe leesmethode Leeslijn, waar ik nog nooit van gehoord had. Ik kende enkel de methode Veilig Leren Lezen, waarin per dag beschreven stond wat je de kinderen aan kon bieden. In de methode Leeslijn was dit niet zo. Nadat ik de methode een week lang ’s avonds had bestudeerd had ik nog niet goed in beeld hoe ik dat lezen moest gaan opzetten. Ik mocht bellen met het Onderwijsadviesbureau in Den Bosch waarvan de volgende dag al iemand naar mij toe kwam om mij op weg te helpen. Zo fijn! De methode was van Kees de Baar: “Alle kinderen krijgen met Leeslijn de kans op hun eigen manier, in hun eigen tempo en met zo veel mogelijk leesplezier, te leren lezen”. Nou dat gaf me veel mogelijkheden.

Naast deze methodes had ik tijd genoeg over om zelf in te vullen. Omdat ik zo geïnspireerd was door het werken met de vrije teksten op de Freinetschool, besloot ik dit ook in deze groep 3/4 te gaan invoeren. De kinderen begonnen op maandag aan hun eigen teksten, die we gedurende de week verder uitwerkten. Voor de kinderen die nog niet zo ver waren in het leesproces schreef ik hun verhaal op en zij kozen uit hun tekst minimaal drie woorden die zij zelf gingen maken met stempels/plakletters/typen/oid. Bij de tekst kwam een tekening of afbeelding die passend was bij de tekst. Met de kinderen die zelf konden schrijven werden eerst in een kladschrift een eerste versie van hun tekst opgemaakt. Deze versie besprak ik met ieder kind individueel op schrijfstijl, op zinsbouw en op spelling. Daarna verwerkten zij deze tekst op een eigen gekozen manier en werd in hun eigen tekstboek geplakt met daarbij een passende illustratie. In de kleutergroepen werd het werken met eigen tekstboeken ook gestart, waardoor het een doorlopende lijn werd.

Het werken met thema’s, zoals ik dat op mijn vorige school deed, ging ik ook vorm geven in deze groep 3/4. De thema’s liepen uiteen tussen zeerovers en piraten, het winkelcentrum, het heelal, heksen, de bouwplaats, enz. De kinderen en ik verkenden de thema’s met elkaar en we bouwden de klas steeds om in een sfeer die passend was bij het thema waarover we leerden met elkaar. We deelden wat we al wisten en deelden ook de vragen die we hadden over de onderwerpen, zodat we met elkaar op zoek konden naar de antwoorden op deze vragen. Ik begon met het opzetten van hoekenwerk. In deze hoeken kwamen opdrachten en materialen te liggen die de leerlingen kaders gaven, maar ook ruimte om ontdekkend te leren. Ondertussen werd er in de kleutergroepen gestart met Basisontwikkeling van Frea Jansen-Vos. Omdat het passend was bij wat ik deed in groep 3/4 sloot ik daar ook bij aan. Basisontwikkeling bleek een mooie aanvulling op mijn werkwijze en met collega’s gingen we de opleidingsdagen volgen. De Horeb-map kwam in alle klassen en met elkaar gingen we de 6 wekelijkse thema’s vooraf vormgeven mbv het Horeb schema, zie de afbeelding bovenaan. Ik leerde anders te observeren, maakte steeds korte aantekeningen van wat ik zag bij kinderen en werkte die na een paar weken uit. ik leerde om vanuit spelsituaties, die je als leerkracht met de kinderen mee ging doen, kinderen te helpen vanuit nabijheid met de volgende stap in hun spelontwikkeling, dit vanuit zowel de poppenhoek (huishoek) als de bouwhoek, etc. Basisondersteuning werd binnen Nederland uitgezet vanuit het APS en omdat we als school hierin voorop liepen, mochten we workshops invullen op de landelijke studiedagen. Meer info over Basisontwikkeling via: https://wij-leren.nl/basisontwikkeling-ogo.php

En hoe zat het dan met de Jenaplanvisie? We waren als school verbonden met de Jenaplanscholen uit de regio en sloten aan bij de gezamenlijke bijeenkomsten. Het bestuur wilde uiteindelijk geen Jenaplanschool, ondanks alle pogingen die we ondernamen om hen op andere gedachten te brengen, waardoor we een Jena-van-plan-school bleven. De groepen kregen namen van dieren. Mijn klas werd de apengroep. Ouderparticipatie kreeg een nieuwe betekenis voor mij, want zonder ouders konden we veel van onze werkwijzen niet uitwerken. Ik had bijvoorbeeld hulpouders, die naast het knutselen van de verjaardagsmutsen (passend bij de thema’s in de klas) ook de excursies mee organiseerden. We kregen als leerkrachten een budget per schooljaar die we zelf vrij mochten besteden aan dat wat we belangrijk vonden voor de klas. Dat mochten mandjes zijn om het hoekenwerk beter te kunnen organiseren, maar het kon ook besteed worden aan het bezoeken van een kasteel met de klas. In de praktijk bleek dat er wel werd afgestemd met de parallelgroepen en er gezamenlijk werd opgetrokken met de inzet van deze gelden.

De werkwijze die ik in de groep 3/4 had uitgelegd werd overgenomen door de collega’s die ook een groep 3/4 starten. Ik werd gevraagd om door te stromen naar de bovenbouw om daar de werkwijze uit te bouwen, maar er was een vacature op een Jenaplanschool in de regio waar ik graag wilde werken. En na vijf jaar ging ik door naar de volgende uitdaging.

Het mooie is dat deze school nog steeds werkt met de eigen tekst boeken met de kinderen. Daar ben ik best trots op.

Recommend0 recommendationsPublished in Reis2019

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: