Nog twee nachtjes…

Ik kwam terecht in een groep 6/7/8 met 36 kinderen in een bovenverdieping van een schoolwoning. De beperkte fysieke ruimte voor alle kinderen en mezelf vond ik wennen. Maar ik werkte nu precies op de school die me op de PABO al zo geboeid had. Zij hadden namelijk een gastles gegeven over de school en de manier waarop zij natuurlijk leren lezen  in groep 3 vormgaven. Dat vond ik zo ontzettend interessant, dat wilde ik op dat moment op die PABO ook. En nu was ik daar. Het pedagogisch klimaat was er heel goed. Er werd veel gedaan aan creatieve ontwikkeling en er waren vakleerkrachten voor handvaardigheid en drama.

Er was gelukkig een parallelgroep, zodat een collega mij kon inwerken en er was een onderwijsassistente die bijna de hele week in mijn klas aanwezig was. De school werd bezocht door kinderen die nabij de school woonden, maar ook door kinderen die op andere scholen waren vastgelopen. Dit betekende dat ik naast de drie jaarklassen in mijn groep ook een groot aantal kinderen met verschillende leer- en gedragsproblematieken/-stoornissen had, kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en kinderen met een ontwikkelingsachterstand en kinderen met problematieken in de thuissituatie. Een leerling liep regelmatig weg van school. Dat was even schrikken voor mij. Het vroeg veel van mijn leerkrachtvaardigheden en ik voelde me als leerkracht niet competent. Maar langzaam aan vond ik er mijn weg en verbond met met de collega’s, de kinderen, de ouders en het systeem van de school. Ik vond dat ik erg te kort schoot naar zo veel leerlingen die mijn nabijheid en mogelijk ook mijn aansturing zo nodig hadden. De klas was ook gezellig en ik werkte hard aan een goed pedagogisch klimaat. Aan het Jenaplan-onderwijs kwam ik amper toe. Dit eerste schooljaar heeft me veel gekost, zowel als professional als persoonlijk. Aan het einde van het schooljaar was er een verrassing: kinderen uit mijn klas hadden mij voorgedragen bij het Brabants Dagblad. En ja hoor, in het jaar dat ik me het minst succesvol voelde als leerkracht werd ik ‘juf van de maand’. Ik kreeg een grote beker, een grote foto met artikel in de krant en een grote taart voor de hele klas. Emotioneel klopte dit niet voor mij, het voelde alsof het niet het goede jaar met de goede klas was. Alle voorgaande jaren had ik me zoiets kunnen voorstellen, maar niet nu. De beker staat nu ergens achterin mijn kledingkast. Soms vindt iemand hem en dan staat hij weer een poosje op een kastje op mijn slapkamer. Maar de beker en ik hebben ons nog niet verbonden. Nu ik mijn onderwijsjaren eens aan het doorlopen ben via de blogs, moet ik het compliment dat ik kreeg misschien eens durven ontvangen. Ik ga er over nadenken. Wat wel erg leuk was, was dat ik een hele lieve brief ontving, nav dat krantenartikel, van mijn eigen juf waarbij ik in de eerste klas zat. Dat raakte me wel.

Eind schooljaar besprak ik intern dat we voldoende kinderen hadden in groep 6/7/8 om drie groepen van 25 kinderen te formeren. Ik vond 36 kinderen geen goed idee. Men was verrast, maar het zou kunnen. Er was alleen geen ruimte meer in en om de school. En een nieuwe regeling vanuit de gemeente: indien er binnen een straal van 7 km een lokaal vrij was werd er geen barak bij de school geplaatst maar moest de beschikbare ruimte worden ingenomen. Nou… de collega-leerkracht van de bovenbouw vond dat ze de nieuwe collega moest inwerken en dus nabij moest zijn… en daar zat ik dan na de zomervakantie samen met een groep 1/2, 7 km verder op in een bovenverdieping van een reguliere basisschool die niet echt op onze komst zaten te wachten. Een pittige volgende opdracht, dus. Het was heel fijn om een groep te hebben met 25 kinderen, dit was zo heel anders werken dan het eerste schooljaar. Ik kon de kinderen zo anders benaderen. Hoewel de collega’s van de kleutergroep zeer tof waren en ik elke dag een onderwijsassistente in de klas had, zou ik het komende schooljaar als eenzaam willen omschrijven. Ik was op een eilandje terecht gekomen. 7 km is gewoon veel te ver om op een of andere manier met de rest van de school verbonden te blijven. De directeur probeerde een aantal weken op woensdagen bij ons zijn werkzaamheden te komen doen, maar dat bleek geen succes.

Ik startte met een collega van de eigen school en een collega van een school in de buurt met de Jenaplanopleiding in Utrecht. De bijeenkomsten waren inspirerend. Ondanks dat ik er veel leerde stuitte ik ook op belemmeringen vanuit de Jenaplan gedachten. Ik ervoer dat ik vond dat ik meer mogelijkheden had op de vorige twee scholen waar ik werkte, om projectmatig met kinderen te werken. Ik vond het gedachtegoed van Jenaplan niet met de tijdgeest meegegaan. Ik wilde dit bespreken met collega’s.

Maar toen werd ik zwanger en bleek ik erg ziek te worden van de hormonen, zodat ik na vier maanden zwangerschap thuis kwam te zitten, in volle verwachting op mijn eigen kindje. Na mijn zwangerschapsverlof herstelde ik langzaam en kwam ik terug op school in een middenbouwgroep 3/4/5 met voor het eerst in mijn leven een duo-collega. Samen een klas draaien en samen verantwoordelijk zijn voor een klas bleek ook een proces. Mijn collega was prettig om mee samen te werken en zij had ervaring in de middenbouw, dat was prettig omdat ik op haar ervaring mocht leunen bij het starten. Er bleek vergaderplicht, precies op een dag dat ik niet werkte en dus thuis wilde zijn. Ik liep tegen persoonlijke grenzen aan. En aan het einde van het schooljaar heb ik mijn baan bij de Jenaplanschool opgezegd. Een teleurstelling en een ervaring rijker.

Ik belde op een vrijdagavond de directeur van mijn eerste school (Freinet) om te informeren naar zijn mening over een school in de buurt waar een vacature was. Ik wilde graag weten of de school bij mij zou passen? ‘Zoek jij een baan?’ vroeg hij…. ‘Even wachten, ik bel je zo terug’. En na 20 minuten had hij gebeld met het bestuur en ik had weer een baan op de Freinetschool, mijn eerste school. Hier heb ik twee jaar gewerkt als RT-er en als adv-vervanger. Er was een fusie met een andere school, het systeem was veranderd. Een interessant proces. Mijn tweede kind werd geboren.

In mijn zwangerschapsverlof bedacht ik me dat ik als ik ooit kans zou krijgen, toch eens kleuters moest gaan doen. Een dag later werd ik gebeld door een school in een andere wijk van Den Bosch of bij hem wilde komen werken in een kleutergroep. Toeval bestaat niet, toch.

Vijfeneenhalf jaar heb ik op een reguliere basisschool samen met een sterke duopartner een kleutergroep gedraaid. Deze reguliere basisschool was misschien wel onderwijsvernieuwender dan de onderwijsvernieuwingsscholen van Freinet en Jenaplan waar ik werkte. Er werkte een heel jong team met veel ambitie. Daar moest ik wel even aan wennen. Er werden techniektorens geïntroduceerd, we waren de eerste school in de regio met digiborden, we werkten veel met computers. Ik heb me nog proberen te verzetten tegen het feit dat ik geen briefje in het ICT-postvakje mocht leggen met een opmerking of vraag, alles moest digitaal worden aangeleverd. Wat een onzin vond ik dat. Ik vind dit nu heel grappig, omdat ik niet overzag hoe groot digitale systemen zich in ons onderwijs zouden invlechten.

Ik heb geleerd dat er geen zelfstandiger wezen is, als de kleuter. Ik heb geleerd hoe ontwikkeling van kinderen verloopt volgens de norm, maar ook die van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of een ontwikkelingsachterstand. In onze klas werd hard gewerkt en mijn duo en ik hadden hele uitgebreide overdrachten. Ik weet niet of dit normaal was, maar wij vonden het prettig zo. We observeerden veel, zoals ik dit had geleerd vanuit de basisontwikkeling. Er werd gewerkt met thema’s die we breed uitwerkten, zoals ik ook kende vanuit de basisontwikkeling. Er werd gewerkt met een planbord. We hadden veel hoeken. De ontwikkelingsmaterialen werden elk half jaar gewisseld, waardoor ik veel materialen heb leren kennen. We waren een sterk duo, wat maakte dat we verschillende kinderen met brede problematiek in onze groep kregen. Wij stonden daar altijd voor open. Juist ook door onze gedegen overdrachten hadden we ‘grip’ op onze zorgleerlingen. En wisten ouders altijd dat als ze een van ons aanspraken, de ander het ook zou weten. Ouderparticipatie was ook op deze school belangrijk. Na vier jaar kreeg ik de mogelijkheid om een periode de interne plusklassen te gaan draaien voor een dag, dit leek me een leuke uitdaging. “s morgens had ik de leerlingen van groep 5/6/7/8 en ‘s middags een uur de kleuters en het andere uur kinderen uit groep 3/4. Ik startte met een opleiding en heb weer veel geleerd, ook van mijn fouten.

Midden in een schooljaar werd ik gevraagd om te solliciteren bij REC Balein, als ambulant begeleider van cluster 3. Ik zocht geen andere baan, maar dit was wel heel welkom. Ik begon me net af te vragen wat ik nu verder nog wilde in het onderwijs. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Ik werd ambulant begeleider.

Recommend0 recommendationsPublished in Reis2019

2 reacties op “Nog twee nachtjes…”

  1. Annetti van Loon

    WoW Desiree, wat leuk om te lezen! Wat een rijke ervaring. Wens je veel inspiratie toe bij de CES-scholen! Zo’n vijf jaar geleden heb ik ook de kans gekregen om te gaan en het heeft me heel veel nieuwe ideeën gebracht. Zeker die lessen die ze geven over assessment, maar ook hoe ze de nieuwsgierigheid van kinderen aanwakkeren en hoe ze vanuit projectwerk kinderen vaardigheden leren die voor de rest van hun leven belangrijk zijn. Heel mooi. Ik lees graag mee met jullie ervaringen. Een fijne tijd!

  2. Joh! Desiree.. als ik zou al jouw werkervaring zie dan moet je toch haast wel 100 zijn!!,?
    Ik ben heel benieuwd wat je meeneemt van je reis.
    Je visie en handelen word er, jouw kennende alleen maar sterker door!?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: