Challenge to development

Opnieuw een vroege start van de dag, gelukkig in een iets minder overvolle metro deze keer. We vertrekken naar de Neighborhood School in de Upper East of Manhattan. Opnieuw veel gezien. De schoolbussen staan keurig netjes voor de deur. Maar er zijn ook veel kinderen die door hun ouders naar binnen worden gebracht naar de klassen. Er is tijd voor korte vraag aan de leerkracht. De ouders zien hun kind in de omgeving waarin zij zo’n 6,5 uur per dag doorbrengen. Als we de hal van de school binnen gaan, moeten we ons melden bij de school safety dienst. Twee vrouweijke agenten die de veiligheid van de school bewaken. We krijgen allemaal een grote groene VISITOR sticker opgeplakt. Zodat iedereen weet dat wij er zijn. Na de ontvangst door een zeer gepassioneerde leerkracht en de principal worden we verrast door leerlingen. De 5th graders (de oudste leerlingen van de school) mogen ons rondleiden. Wat een mooi cadeautje. De leerlingen zijn immers de beste ambassadeurs van je school. Zij weten als geen ander te vertellen wat er gebeurt en wat ze meemaken gedurende de dag.

Ook de Neighborhoodschool is een school die inclusive onderwijs verzorgt.
De school maakt deel uit van de community. Er is een groot verschil met andere scholen in New York. Deze school ligt in district 1. Dat betekent dat ouders keuzevrijheid hebben over de school waar hun kinderen naar toe gaan. Het andere afwijkende is dat ze ‘progressive education’ verzorgen. Een school waarin niet gewerkt wordt met toetsen en doelgerichte resultaten die zich laten vertalen in cijfers. Elk kind is uniek en ontwikkelt zich op zijn of haar eigen manier. Wat mij hierin opvalt is dat kinderen en leerkrachten een ontspannen indruk maken. Zij hoeven zich niet te meten aan een general standard. Uiteraard wordt er wel gekeken naar ontwikkeling en groei. De hele dag door vinden er leergesprekjes plaats. Kinderen worden gecoacht op hun eigen leerweg. De kracht van de leerkracht hierin is het stellen van de juiste vragen zonder het antwoord weg te geven. De leerkracht heeft zeker een plan met elk kind, maar daagt het kind uit zijn eigen weg hierin te ontdekken en te bewandelen. CES principe nr 5: Teacher-as-coach, student-as-worker.

Hoe ziet dat er dan uit?
Klassen met gemiddeld 15 leerlingen en altijd twee leerkrachten. Daarbij zijn er nog specialisten die voorzien in de behoeftes van die leerlingen met special needs. Ik zie nergens (gisteren ook niet) een bureau, methodeboeken of een groot centraal (digitaal) instructiebord. Als het bord er is, wordt het anders gebruikt. Overal is mogelijkheid tot schrijven. Kinderen zijn betrokken bij wat ze doen. Zij hebben het gevoel dat ze gezien en gehoord worden in hun leerproces en leervragen. Bovendien stralen (de meeste) kinderen enthousiasme uit. Ik heb de kans gehad om meerdere keren met leerlingen in gesprek te kunnen gaan. Zij weten precies wat ze doen, waar ze mee bezig zijn, en kunnen dat ook nog eens heel duidelijk vertellen aan de Dutch Teachters. Dat zij betrokken worden in ons scholenbezoek maakt de leersituatie alleen maar sterker. Het is een driedubbele win-win. The students, the teachers and the visiting teachers… iedereen leert hier van en met elkaar.

In de pauze krijgen we de kans om met het personeel in gesprek te gaan. Zij spreken allemaal vanuit passie en loyaliteit over de kinderen en de school. Daarin ligt geen verschil met Nederland. Het grote verschil ligt echter wel, denk ik, in visie.  Zij stellen het totale welbevinden van het kind voorop. Hierdoor ontstaat ruimte voor cognitieve groei. Er wordt voortdurend gekeken en nagedacht over wat het kind van de leerkracht nodig heeft. De leerkracht reflecteert en denkt na over hoe dat te kunnen bereiken. Zij zijn in prioriteit niet bezig met het voorbereiden van de volgende (methode) les. Wel wordt er nagedacht over de volgende stap in de ontwikkeling van het kind en wat de leerkracht daarin kan betekenen. Zonder last te hebben van toetsen en toetsdruk. Er is geen behoefte om de vorderingen van de leerlingen af te zetten tegen een rubric, zodat je kunt schalen waar de kinderen zitten. De leerkrachten schrijven elke twee jaar hun eigen curriculum.

In Nederland wordt veelal eerst gedacht in prestaties met daarnaast aandacht voor de sociale ontwikkeling. Het doel van het onderwijs dat ik heb gezien in Amerika is gelijk aan het onderwijs dat ik zelf geef in Nederland. Het vertrekpunt en de weg er naar toe maken het verschil. Is het ene beter dan het andere? Ik denk het niet. Het gaat over het maken van keuzes en weten waarom je die keuzes maakt.  Pas dan kun je als coachende leerkracht de leerling uitdagen tot ontwikkeling. Het zou helemaal gaaf zijn als de leerlingen eigenaarschap nemen, zodat zij ook hun eigen keuzes bewust kunnen maken.

Wat heb ik nodig, wat moet ik doen om de juiste uitdagende vragen te kunnen stellen aan mijn leerlingen. Loslaten en vertrouwen hebben in de uitkomst is een eerste belangrijke stap. Zelf een stap achteruit zetten zodat de leerling de ruimte krijgt om te ontdekken en om te groeien. Als moeder vind ik dat vanzelfsprekend. Als  professional vind ik dat een stuk lastiger.

Bij het volgende schoolbezoek ga ik de focus leggen op: ‘Wat heb ik als professional nodig om mijn werk te kunnen doen?’

Het is moeilijk om goed te worden, maar het is nog veel moeilijker om goed te blijven!

Recommend0 recommendationsPublished in 01: Learning to use one’s mind well, 04: Personalization, 05: Student-as-worker, teacher-as-coach, Nieuws, Reisblogs

6 reacties op “Challenge to development”

  1. Edtih Van Montfort

    Mooie hernieuwde focus Peggy! Wat heb jij nodig om de professional te zijn die je wilt zijn! Geniet van de gesprekken! Groet Edith

  2. Peggy, Op naar de win-winwin situatie. Versterken van het leren van en met elkaar. Als leraar vragen stellen, gericht zijn op het proces en de leerling de ruimte geven om te ontdekken en om te groeien. Hoe lukt het jou als professional om deze stap achteruit te zetten?

  3. Wilma Louwers

    Weer een mooie? ervaring. Geniet van je reis en je leuke contacten met de Amerikaanse leerlingen en collega’s.

    1. Hoi Martijn
      Het is iets wat ik mezelf ook afvraag. Vandaag tijdens de busreis had ik een mooi gesprek met een collega. Ik denk dat het te maken heeft met doelen en vertrouwen.

      Voor mijn eigen kinderen wil ik graag dat ze zich ontwikkelen tot zelfstandige en krachtige persoonlijkheden. Dat kan niet wanneer ze niet stimuleer tot het nemen van eigenaarschap. Ik laat mijn kinderen los, maar ben als ouders altijd het vangnet.

      Voor mijn leerlingen op school geldt eigenlijk hetzelfde. Ook hen wil ik uitdagen tot groei en ontwikkeling naar zelfstandigheid en krachtige individuen. In gesprekken met ouders probeer ik duidelijk te maken dat zij hun kind de kans moeten geven om te kunnen groeien. Daar hebben zij ruimte voor nodig.
      Maar wanneer de ouders hun kind loslaten, onder mijn verantwoordelijkheid, voelt het voor mij dat ik het vangnet voor de kinderen moet zijn. Uit angst dat ze zonder mijn sturing niet goed genoeg groeien. Door hierover te praten besef ik dat ik juist ook voor mijn leerlingen die coach moet zijn en ze dus moet loslaten.

      Over de angst om los te laten schrijf ik in mijn volgende blog

      Dankjewel voor het stellen van deze inspirerende vraag.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: